Witte kerst

Een witte kerst. Beetje gek om eind januari over een witte kerst te beginnen. Sinds 1901 is er maar acht keer sprake geweest van een witte kerst. Gelukkig verhindert dat niemand om ervan te dromen. Dromen van een witte kerst zoals je die in films ziet. Waar het altijd toevallig begint te sneeuwen op de dag voor kerst, met een lief muziekje op de achtergrond en overal gezellige kerstverlichting. Zie je het voor je?

Hier in Nederland is het meestal niet echt wat, die sneeuw. Ik herinner me van langer geleden wel dat er een flink pak sneeuw lag, maar de laatste jaren komt dat toch niet vaak meer voor. Denkend aan sneeuw komt er een herinnering boven met mijn papa en mama en een slee. Een besneeuwde heuvel bij het Henschotermeer. Een kleutertje op de slee, dik ingepakt in een winterjasje, wanten en een muts. Blijkbaar heb ik geen idee hoe ik een slee kan besturen want onder luid geroep van mijn vader kom ik tot stilstand tegen de enige boom onderaan de heuvel. Dit heb ik nog jaren moeten horen, altijd een leuk verhaal op een verjaardag.

Ik herinner me ook een periode met veel sneeuw toen ik een jaar of 16 was. Ik had mijn voet in het gips dankzij een korfbalwedstrijd en gescheurde enkelbanden. Maar ik moest wel naar school en deed dat gewoon op de fiets, half uur fietsen met een gipsen poot door een dik pak sneeuw en behoorlijke kou. Ach, ik ben er niet slechter van geworden, maar het is wel iets wat mijn kinderen zich niet meer voor kunnen stellen.

En dan zijn er natuurlijk de ontelbare prachtige herinneringen aan sneeuw in de bergen. Wintersport, de mooiste vakantie van het jaar. Sneeuw in de bergen is overigens wel van een beduidend andere categorie dan sneeuw in Nederland.

In Nederland is sneeuwpret iets geworden van ouders die een slee met een kind voortsleuren over een paar millimeter natte sneeuw die precies een uur blijft liggen en daarna veranderd in een vieze blubberige massa waar je alleen maar koud en heel erg nat van wordt. Witte winters hebben we bijna niet meer, laat staan een witte kerst.

Toch heeft Zoon dit jaar wel een witte kerst. En niet in een ander gedeelte van de wereld maar gewoon in Nijmegen. Hij geniet half januari met vrienden van een, door Corona enigszins uitgesteld, 'kerst' diner. En laat dat nou toevallig de enige avond zijn deze winter dat er een paar millimeter sneeuw valt. Als de jongens na hun diner naar buiten kijken blijkt het buiten wit te zijn. Een kerstdiner afsluiten met sneeuwballen en een sneeuwpop, wie droomt daar nou niet van?

Ze huilt maar ze lacht

Dit is de titel van een bijzonder liedje van zangeres Maan. Met haar prachtige, breekbare stem raakt ze mij heel diep, elke keer weer als ik het hoor.  

"Onbedoeld zegt ze dingen die iedereen altijd zegt, want nooit gaat het slecht, altijd oké en ze lult met ze mee en ze lacht. Ze huilt maar ze lacht."     

Eerder heb ik al een stukje geschreven over mijn lege nest. Dít opschrijven vind ik nog moeilijker. Dit liedje gaat over mij. Ik ben zo'n persoon die altijd als iemand vraagt hoe het gaat zegt 'goed hoor, en met jou?' En dan vrolijk lachend verder praat over de dingen die de ander te vertellen heeft. En door met de schijn...  

Soms voel ik me echt zo, zoals het meisje in de trein in het liedje van Maan. Maar ook ik moet het loslaten. Leren om los te laten en leren om verder te gaan. Maar ook leren om mezelf te zijn. Leren om te huilen als ik eigenlijk vind dat ik moet lachen omdat dat zo hoort, omdat dat verwacht wordt.

En ik moet accepteren dat, als ik dan eindelijk besluit niet meer te schuilen, de mensen om mij heen toch liever over zichzelf praten dan te luisteren naar mij. Laat het los…

Ik ben al een heel stuk verder dan 6, 7 jaar geleden. Niemand heeft er ooit iets van gemerkt, dat ik soms lach terwijl ik eigenlijk huil. Meestal gaat het goed, soms niet. Ik vertrouw erop dat het enorme gemis langzaamaan zal slijten, en gelukkig gaat het met de kinderen heel erg goed en zijn ze gelukkig. Dat helpt een beetje.

Soms doet het pijn, maar ik lach.

Empty nest

Een empty nest… Dat is zo'n term die je af en toe hoort en waar je óf niks mee kunt, óf die je volledig herkent en waarvan je direct snapt waar het om gaat.   

Een leeg nest krijg je vanzelf. Je kinderen gaan vroeger of later hun eigen leven leiden: ze gaan studeren, op kamers wonen of krijgen een relatie en gaan samenwonen. Hoe dan ook: ze verlaten het ouderlijk (dus jouw) huis. Je hoort mensen wel eens zeggen: "oh, heerlijk dat ze weg zijn, altijd gedoe, ruzie en troep, nee hoor, ik vind het prima" Nou, ik dus niet!

Onze kinderen zijn inmiddels al best lang thuis weg, zoon 7 jaar en dochter ruim 4. Voor mij voelt het nog steeds als een enorm gat. Ik mis ze fysiek, vooral in het begin. Toen deed het soms letterlijk pijn, vooral als ik bepaalde muziek hoor, nummers waar we samen enthousiast over waren. Ik mis ze ook in gesprekken, met jonge mensen praten houd je met beide benen op de grond. En ik mis ze in het dagelijks leven, waarbij ik het gevoel heb gewoon niet meer zo nodig te zijn. 

Tja, het zal wel wennen, ooit. Mijn moeder zegt altijd 'je kinderen heb je maar te leen'. Dat zal wel, maar dat is best depressief gedacht. Mijn moeder is ook wel een type waarbij het glas altijd halfvol is ;-), ik hoop (of reken) toch op iets meer dan dat. 

En om een positieve draai aan dit stukje te geven: het heeft ook voordelen natuurlijk. Minder boodschappen, minder was, minder troep. Uit eten kost met z'n tweetjes minder geld, en we kunnen weer op vakantie wanneer we willen. En wat ik erg leuk vind is om af en toe, een klein beetje, deel uit te kunnen maken van hun leven. Om met zoon en dochter naar een wijn/bier festival te gaan, en dan op de heenweg in de trein een bvo'tje weg te werken. En na afloop te blijven slapen op de studentenkamer van dochter.

Ach, het hoort bij het leven blijkbaar, zo'n empty nest.

Ik ben heel erg benieuwd hoe jij dit ervaart. Heb je ook een empty nest en zit je daarmee? Of vind je het juist heerlijk? Laat het me weten in een reactie!

Vrije dag

Afgelopen oktober nam ik mezelf voor om dagelijks een stukje te schrijven. Ik hoor je denken… uitstekend voornemen, maar niks van terecht gekomen dus. Tot vandaag. Het is nu 6 januari, een nieuw jaar met nieuwe kansen. En een nieuwe poging dus.   

Het begint in ieder geval goed, met het besluit om een vrije dag in te plannen voor mezelf. Als zelfstandig ondernemer ligt dit niet altijd voor de hand. Ik werk wanneer dat nodig is, en eigenlijk is het altijd wel min of meer nodig. En hoewel ik schrijven heel erg leuk vind om te doen is er blijkbaar toch altijd iets dat belangrijker is.

Een vrije dag dus. Wat te doen op een vrije dag midden in de week? Eerst koffie, de online krant, de wasmachine leeghalen en de was ophangen. Boodschappen, een paar mailtjes beantwoorden. Een vraag van een klant, klein probleempje maar. Toch even oplossen, ondanks de vrije dag. En als ik dan toch achter mijn computer zit beginnen aan een stukje tekst. Ondertussen dient zich een idee aan in mijn hoofd over een website waar ik aan werk. Dat natuurlijk even eerst doen en oh ja, ook nog even drukwerk bestellen voor een klant. En dan blijkt, al doende, de dag alweer ongeveer voorbij te zijn. Dus nou heb ik nog steeds geen stukje tekst geschreven wat ik kan plaatsen. 'T is wat…

Vandaag (inmiddels 8 januari) geef ik mezelf nog een kans. En nu lukt het wel, maar wat is het moeilijk om me te focussen op iets wat alleen voor mezelf is. Vrije dag of niet, voor een licht chaotisch persoon zoals ik is het blijkbaar toch lastig om zonder de druk van een opdracht iets gewoon even te doen.

Klantenservice (of niet)

Ik ben behoorlijk ouderwets. Niet met alles natuurlijk. Moderne hulpmiddelen zoals een mobiele telefoon, internet, beeldbellen en online boodschappenlijstjes vind ik geweldig en gebruik ik ook veelvuldig.  

Nee, ik ben ouderwets als het gaat om klantvriendelijkheid. Ik wil gewoon goed geholpen worden in een winkel. En ik wil vooral dat er goed naar geluisterd wordt als ik een klacht heb. Oh ja, en een goede oplossing is ook wel wat natuurlijk.  

Wij woonden een paar jaar in Schotland, en ik herinner me de eerste keer dat ik daar terug ging met een product wat niet bevalt. Het gaat om een broodbakmachine waar piepkleine stukken beton in plaats van brood uitkwamen. In mijn hoofd zit een heel verhaal waarom ik niet tevreden ben over het (best dure) product. Ik heb me ook goed voorbereid op een stevig gesprek in de winkel, maar kom een soort van ontgoochelt de winkel uit. De reactie: "no problem ma'am, if you choose a different one, we will exchange it for you". Ik was (stiekem) teleurgesteld dat ik niet het gevecht kreeg waar ik vanuit was gegaan, maar de service was natuurlijk gewoon top. Later bleek dat dit de manier is waarop winkeliers aan de overkant van de Noordzee klachten oplossen.  

Dit geheel in tegenstelling tot hier in Nederland (op een enkele uitzondering na natuurlijk). Om een voorbeeld te geven: enkele weken geleden kocht ik online wat beddengoed speciaal voor onze camper. We gaan wat dagen weg en ik heb niks passends dus ben blij dat de lakens op tijd binnen zijn. Tot mijn grote verrassing komt het molton onderlaken heel erg vies uit de verpakking. Bruine randen, vlekken, echt dat je je afvraagt wat ze er in godsnaam mee hebben gedaan. De vloer gedweild ofzo, denk ik. Ik bel de betreffende winkel op met mijn klacht. De dame die ik spreek vind het heel vervelend en legt uit dat ik het product natuurlijk mag terugsturen en dan een andere kan bestellen. Ik moet dan wel het nieuwe product betalen, maar ze verzekert me ervan dat ik het geld van het vieze laken natuurlijk terug krijg. Ik sputter wat tegen: niet meer op tijd, dubbel betalen, naar het postkantoor enzo, en vraag of ze niet iets beters kan doen.  

De reactie: "U mag het product natuurlijk gratis terugsturen….".

Offline in Chili

Precies een jaar geleden bericht de Nederlandse media over rellen in Santiago (Chili). Er ontstaat een golf van protesten in de hoofdstad naar aanleiding van een enorme prijsstijging van metrokaartjes. Door te lage lonen en pensioenen, hoge prijzen en extreme verschillen tussen arm en rijk breken er op grote schaal protesten uit die zich snel over het land verspreiden.  

Waarom ik hier nu over schrijf? Omdat ik er gister, door een item in het NOS journaal, aan herinnerd word dat zoon een jaar geleden met een enkeltje Santiago in zijn zak op het vliegtuig naar Zuid-Amerika stapt.

Zoon heeft een reis van drie maanden gepland: eerst Chili, dan Bolivia, Peru en tenslotte Ecuador. In die volgorde wil hij reizen, en ook ongeveer in die volgorde breken er overal onlusten uit tijdens de reis.

Zo'n reis is wel een ding hoor, voor moeders, en helemaal tegen deze achtergrond. Natuurlijk maken we afspraken, over communicatie vooral, en waarschuwen we voor alles wat mogelijk mis kan gaan. En natuurlijk is zoon vol goede voornemens om ons elke dag even te appen, om locaties door te geven en af en toe een fotootje te sturen.

De eerste drie dagen hebben we veel contact, we weten dat hij in een leuk hostel terecht is gekomen en het naar zijn zin heeft. Top, iedereen blij! Maar dan stopt het contact. Niks meer. Hij is niet meer online, geen reactie meer op appjes, op mail, niks.

De eerste dag is dat natuurlijk geen probleem, moeders kan wel wát hebben, kom. De tweede dag ontstaat een ongemakkelijk gevoel. Nog steeds niks gehoord? Nee, niks. De derde dag slaat de paniek toe. Wat is er aan de hand? Waarom geen reactie? De vierde dag heb ik echt een slechte dag, tot half zeven 's avonds. Dan komen een sms en een whats-app berichtje tegelijk binnen terwijl ondertussen mijn telefoon rinkelt. Misschien kun je je voorstellen hoe groot het gewicht is dat van mijn schouders valt op dat moment. Zo'n whatsapp smiley met zweetdruppeltjes op het voorhoofd zou hier passend zijn geweest.

Zoon legt het tijdens ons telefoongesprek even uit: "Niks aan de hand hoor mam, gewoon op een vierdaagse tour gegaan, de woestijn in, net iets te laat aan gedacht, berichtje blijkbaar niet meer verstuurd omdat er al geen internet meer was en het was echt super vet."

In een telefoongesprek met dochter blijkt later hoe eenvoudig het eigenlijk is: "mam, iedereen die zo'n reis maakt en in het noorden van Chili terecht komt maakt die vierdaagse trip de woestijn in. Meerdere vrienden hebben net precies dezelfde tour gemaakt, en die waren ook vier dagen offline".

Dus. Met andere woorden: waar maak je je nou eigenlijk druk om?

Heb jij zoiets wel eens meegemaakt? Laat het weten in een reactie!

In de bocht hangen

'Naar mij kijken!' En dan niet met één uitroepteken maar met minstens vier. Enig idee hoe vaak ik dat hoor tijdens een zondagochtend fietstochtje? Oké, dat is dan wel een fietstochtje met een zogenaamde Mountainbike. Niet dat er hier nou zoveel 'mountains' zijn, maar goed, die fiets heet nou één keer zo.

In de praktijk komt mountainbiken in Nederland neer op proberen zo hard mogelijk dwars door bos, heide of zand te fietsen over (soms) speciaal daarvoor aangelegde mountainbike routes. Terwijl je  door kuilen en over hobbels heen stuitert je uiterste best doen geen bochten te missen, op je zadel te blijven zitten en alle bomen proberen te ontwijken.

Ik krijg 'les' van mijn man. Dat is voor hem leuk, want dan heeft hij ook iets te doen onderweg. Vandaag krijg ik les in 'bochten'.

In het algemeen: als je probeert zo hard mogelijk over een heel smal bochtig paadje tussen de bomen door te fietsen is het heel handig als je weet hoe je een bocht moet nemen. Als je dat niet kunt fiets je namelijk meestal rechtdoor, of je moet heel hard remmen. In het eerste geval kom je dan niet echt waar je wezen wilt, in het tweede geval moet je steeds opnieuw weer snelheid maken en daar wordt je best wel moe van, weet ik uit ervaring.

Dus het advies: elleboog naar beneden drukken, in de bocht gaan hangen, snelheid houden, doortrappen en naar mij kijken (nou ja naar hem dus). Probeer dat maar eens allemaal tegelijk te doen. Ik kijk… maar vergeet te sturen, ik hou mijn elleboog goed en ga in de bocht hangen maar vergeet te kijken of ik moet een zanderige heuvel op met een boomwortel net voor de bocht en sta al stil voor ik überhaupt kan sturen.

Als ik anderhalfuur later weer bij de auto sta ben ik blij dat alles er nog aan zit en ben ik ook nog best wel tevreden over mezelf. Volgende week weer!

Vlindertjes redden

Inmiddels jaren geleden, dochter is een jaar of zes, misschien zeven. Wij zijn op vakantie in de bergen en maken een wandeling, vrij hoog. Het is niet al te mooi weer en we lopen in de wolken. Mist dus, weinig zicht en lichte druppeltjes dauw op alle begroeiing op de alpenweide. Parmantig loopt ze voor me uit, kleine bergschoentjes aan en een rugzakje op haar rug. Af en toe staat ze stil en loopt dan weer door. Tot ze langzamerhand om de twee passen stil staat en ik door dit tempo man en zoon uit het oog verlies. 

Ik zie nu waar ze zo door afgeleid wordt. Op het pad waar we lopen blijken hele kleine bruin/zwarte vlindertjes te zitten. Ik had ze zelf helemaal niet opgemerkt, maar bij nader onderzoek zie ik dat de dauw op hun vleugeltjes ze blijkbaar te zwaar maakt om nog te kunnen vliegen. Ze zitten stil op het pad, waardoor we er op gaan staan en in het algemeen pakt dit niet erg goed uit voor de betreffende vlindertjes.

Dit zint dochter helemaal niet, dus pakt ze elk vlindertje op en zet hem (of haar) veilig in het gras langs het pad en loopt dan door naar de volgende. Het grootste probleem is dat er heel veel van deze vlinders op het pad zitten, en dat onze wandeling zo dus echt uren gaat duren. Ik blijf geduldig, duw en trek af en toe een beetje aan haar handje, en vraag haar tenslotte of ze alsjeblieft gewoon door kan lopen. Maar dat kan dus echt niet:

'Mama, als ik doorloop maak ik al die vlindertjes dood, dat kan toch niet? Dat is zielig! Ik ga de vlindertjes redden'. 

Je begrijpt dat het even duurde voor we die avond een bordje eten op tafel hadden staan.

Tegenwoordig is dochter vegetarisch, doet haar best voor het milieu en is zich bewust van de destructieve manier waarop wij mensen met onze aarde omgaan. 

Wat eten we vandaag

Wat eten we vandaag... Een zin die tegenwoordig graag gebruikt wordt door supermarktketens. Met kookprogramma's en recepten buitelen ze over elkaar heen. In de hoop dat jij besluit iets op het menu te zetten wat nou net toevallig bij hen in de aanbieding is. Maar het is natuurlijk vooral een zin die in elk huishouden elke dag terugkomt.  

Hier in huis komt die vraag niet alleen elke dag terug, hij moet ook elke dag beantwoord worden. 'Wat moet ik nou vandaag weer eten?' En dan begint het pas: wat ligt er nog in in de koelkast, wat is nog bruikbaar en niet bedekt met bijzondere stippels of een laagje van een ondefinieerbaar kleurtje. Dan boodschappen doen, koken en daarna weer opruimen.

Tot we ons eens lieten verleiden tot zo'n maaltijd box. Een doos met daarin alle boodschappen voor 5 avondmaaltijden afgeleverd op de drempel. Geen boodschappen meer doen, niet meer bedenken wat je nou in godsnaam weer moet eten, alles in de koelkast in overzichtelijke zakken verpakt. Top! Toch?

Er blijken ook nadelen te kleven aan het concept, met name de recepten. De box die wij hebben is van Hello Fresh, en hoewel het allemaal prima maaltijden zijn blijkt het klaarmaken van de recepten een kunst apart te zijn. Hello Fresh is meester in het ingewikkeld maken van recepten die eigenlijk heel simpel zijn. De helft van een citroen uitpersen en de andere helft raspen, en daar dan een kwart van gebruiken in het gerecht en een kwart voor decoratie. Een halve theelepel kruiden, waarvan de helft voor het ene deel van het gerecht en de andere helft voor later. Met name het woordje half of de helft staat in elk recept vaak meerdere keren.

Ik ben persoonlijk meer van het bouillonblokje in het gerecht gooien en vervolgens aanvullen met water. Hello Fresh is meer van eerst bouillon maken en dan later daar de helft van gebruiken. Ik ben ook meer van gewoon een pot met kruiden een paar keer boven een gerecht schudden tot ik het idee heb dat het zo wel goed is, niet zo van een kwart theelepel van dit en een halve theelepel van dat. 

Maar ondanks dat ik zo nu en dan met stoom uit mijn oren zo'n recept sta af te werken blijven we toch regelmatig zo'n doos bestellen. Waarschijnlijk omdat het toch de 'wat eten we vandaag' vraag wel oplost, en tegenwoordig ook nog het supermarkt gedoe met mondkapjes. 

Wat we vandaag eten? Ik denk gemarineerde varkensreepjes met gebakken rijst, met ham, omelet en pittige zoetzure komkommer... 

2020, de zomer van Corona

Zomer 2020, de zomer van Corona. Die onthouden we de rest van ons leven vermoed ik.  

Over 10 of 20 jaar zeggen we tegen elkaar: "weet je nog, die vreselijke zomer van twintigtwintig? Dat was die zomer die al in maart begon. Ongeveer gelijktijdig met de eerste corona meldingen in Nederland. Het mooie weer bleek een handige bijkomstigheid te zijn tijdens de eerste lockdown. Hierdoor konden we met z'n allen zoveel naar buiten dat we overal in de file liepen en de natuur platgetrapt overbleef, maar ik dwaal af.

Oh ja, de zomer dus van de lockdown, of, iets genuanceerder: eerst de intelligente lockdown en daarop volgend in oktober de gedeeltelijke lockdown. De zomer van wel op vakantie kunnen, of toch niet, of de vakantie uitstellen, of toch maar wel op vakantie, of als het dan niet anders kan dan maar in eigen land op vakantie, je moet toch wat tenslotte.

De zomer van uitstellen, van afgelasten, van feestjes die niet doorgaan, van je ouders niet meer opzoeken en van niet meer in de trein mogen. Of later trouwens weer wel maar dan met een mondkapje. Ook de zomer dus van de mondkapjes. Eerst niet, omdat ze er niet waren, toen niet omdat ze niet helpen, toen wel omdat het in de trein toch wel handig was, en tenslotte (gevalletje voortschrijdend inzicht) overal een mondkapjes plicht.

De zomer ook van Zoom, van teams, van skype. Van online bijeenkomsten, online vergaderingen, online feestjes en online vrijdagmiddag borrels. Deze opsomming klinkt nog een beetje alsof het leuk was, maar de bottom line was natuurlijk dat je in je eentje thuis achter je beeldscherm zat, met een aan de gelegenheid aangepast drankje. Of misschien dronk jij om het allemaal te overleven wel gewoon wodka uit je koffiebeker, maar dit terzijde.

De persconferenties van de premier en zijn ministers, waarbij velen van ons zich vermaakten met de doventolk die, vooral in de eerste weken, landelijke bekendheid kreeg door de zeer geestige vertaling van het woordje 'hamsteren'. Ook dat zal wel een blijvende herinnering worden aan de zomer van 2020.

Het was kortom een rare zomer. Een zomer waarin niks kon en niks mocht, maar waarin voor mij persoonlijk dankzij onze camper toch nog van alles wel bleek te kunnen. Zolang we tevreden waren met bijna niks, met een boek lezen, wandelen, fietsen en buiten eten met vrienden of familie kwam het allemaal nog wel goed. Tot het herfst werd. En met de herfst kwam de kou, de regen en de tweede lockdown. En hoe het nu verder moet is vermoedelijk niet alleen mij een raadsel.

Hopelijk redden we het tot het weer mooi weer wordt zonder volledig in te storten. Sterkte!

Elke dag een stukje

Schrijven, dat is wat ik zou willen doen. Elke dag, over elk onderwerp wat ik maar kan bedenken. Dat ik 's ochtends opsta en meteen weet waar het stukje van deze dag over gaat. Dat ik overal een onderwerp in zie waarover ik kan schrijven. Dat ik ook meteen weet hoe zo'n stukje dan in elkaar moet zitten. Met andere woorden: ik wil dus een echte schrijver zijn.

Maar helaas, de wens is de vader van de gedachte, en ik ben dus geen echte schrijver. Ik weet dat ik best een aardig stukje tekst bij elkaar kan verzinnen, of een stuk tekst van een klant kan aanpassen of verbeteren. Maar hebben we het over spontaan een stukje schrijven dan gaat het mis, omdat ik gewoon nooit lijk te weten waarover ik dan moet schrijven.

Mijn grootste valkuil is waarschijnlijk dat ik ervan uit ga dat wat ik ook opschrijf niet interessant genoeg is om te lezen. Soms vraag ik me af waarom ik dat denk. Ik vraag me ook af of (en waarom) het belangrijk voor mij is dat het gelezen wordt, of is het misschien alleen maar van belang om het op te schrijven? Om te schrijven, alleen maar voor mezelf, gewoon omdat ik dat wil.

Ik denk dat ik daar maar eens vanuit moet gaan. Schrijven om het schrijven, niet schrijven om gelezen te worden. Dat uitgangspunt biedt mij de zekerheid dat het er niet zo toe doet wát ik opschrijf. Misschien maakt dat het voor mij makkelijker om deze uitdaging aan te gaan. Elke dag een stukje tekst, of zoals mijn dochter het zo mooi zei: een column. Dat klinkt in ieder geval wel oké, niet? Dus, met ingang van vandaag: elke dag een stukje tekst. Ik hoop het vol te gaan houden!

PS Laat vooral weten wat je ervan vindt, mocht je een stukje hebben gelezen. Dat helpt mij en ik zou het sowieso erg leuk vinden als iemand die moeite neemt.