Vier paar voor een tientje

Dit weekend eten mijn zus en zwager bij ons. Een enigszins verlaat etentje ter ere van mijn verjaardag. We eten, drinken en kletsen over van alles en nog wat. Op een zeker moment constateert mijn zus met een dikke grijns dat beide heren vrijwel dezelfde grijze trui aan hebben. 'Twee voor een tientje' reageert mijn zwager. Een 'inside joke' waarvan we gezamenlijk in de lach schieten.

Lang geleden, in onze jonge jaren, waren we met z'n vieren op vakantie in Oostenrijk. We maakten een huttentocht en liepen tijdens deze tocht steeds hetzelfde groepje tegen het lijf: vader, moeder en twee kinderen. Ze staan in mijn geheugen gegrift omdat ze alle vier dezelfde opvallende knalrode wandelsokken droegen. Dit gezin werd door ons al snel omgedoopt tot 'vier paar voor een tientje' wat bij ons tot veel hilariteit leidde.

Tel daarbij de lol om het slapen in een slaapzaal waarbij we met z'n allen min of meer in hetzelfde bed lagen, een Duitser aan de overkant van de slaapzaal die erg hard snurkte en mijn zwagers fiets niet wilde teruggeven ūüėČ en combineer dit met de nodige potjes boerenbridge, glaasjes wijn en lekkere maar erg droge 'kaiserschmarren'. Je begrijpt dat we nog steeds flink de slappe lach krijgen als we hieraan terugdenken.

De uitdrukking 'vier paar voor een tientje' gaat hierna een eigen leven leiden. Inmiddels is dit zo'n beetje dertig jaar geleden, maar zo gauw we mensen zien die beiden dezelfde jas, dezelfde sokken of dezelfde fiets hebben roepen we eensgezind 'vier paar voor een tientje'. Het heeft er toe geleid dat ik allergisch ben voor alles waarbij partners dezelfde spullen dragen of gebruiken. Het heeft er zelfs toe geleid dat ik mijn haar langer heb laten groeien zodat ik niet met hetzelfde korte koppie als mijn echtgenoot door het leven ga.

Maar dan… dit voorjaar hebben we beiden nieuwe wandelschoenen nodig. We passen onafhankelijk van elkaar, en laten elkaar zien welke schoen het lekkerst zit. Man een zwarte, ik een blauwe, hij blij, ik blij. Maar niet voor lang: als de schoenen afgerekend zijn zien we tot onze schrik dat we dezelfde schoenen gekocht hebben. Een andere kleur weliswaar en een andere maat. Maar toch… dat waar we al 30 jaar om lachen is nu ook ons overkomen:

Twee paar voor (helaas iets meer dan) een tientje!

Corona-logica en boodschappen

Boodschappen doen, daar heb ik echt een bloedhekel aan. Altijd al gehad, maar door corona is het er niet beter op geworden. Altijd als ik boodschappen doe is het druk, staan er rijen bij de kassa en sta ik in de verkeerde rij. De artikelen op mijn lijstje zijn altijd op, uit het assortiment of, en dat is het ergste, staan niet meer op de gebruikelijke plek. 

Met de jaren zijn daar hinderlijke zaken bijgekomen zoals het simpele feit dat ik de kleine lettertjes niet meer zo goed kan lezen. Leesbril vergeten betekent dus gokken wat ik in mijn wagentje zet en thuis hopen dat het meevalt met de foute ingredi√ęnten. Oeps, ik dacht dat hier geen suiker/vet/‚Ķ (vul zelf maar in) in zat, maar dat blijkt helaas meestal net even anders te zijn. In plaats van 13 gram vet in die heerlijke koeken zit er 78 gram vet in‚Ķ Iets minder goed voor de lijn dan gedacht, maar zonder leesbril lijkt 13 echt heel erg op 78. U kunt dit zelf even uitproberen als u wilt. 

En wat denkt u van de zelfscanner en het digitale (met Man gesynchroniseerde) boodschappenlijstje? Beiden superhandig: gewapend met de handscanner in mijn ene hand, mijn telefoon met boodschappenlijstje in de andere, leesbril in mijn derde hand en met de vierde hand de boodschappen uit het rek pakken en scannen‚Ķ U begrijpt het probleem. Omdat ik helaas niet in het bezit ben van een derde en vierde hand is het een voortdurend gegoochel met telefoon, scanner, leesbril en boodschappen, terwijl ik ondertussen met mijn buik het winkelwagentje vooruit duw.  

Het laatste jaar is boodschappen doen door de corona-maatregelen niet makkelijker geworden. Vroeger stonden de winkelwagentjes op meerdere plekken verspreid, nu is er nog maar 1 plek waar je een karretje kan pakken. Waarom? Ziet iemand daar de logica van? Met anderhalve meter afstand, antibacteri√ęle vloeistof en bijbehorende papieren doekjes levert dit in de gunstigste gevallen in ieder geval een korte rij op bij de wagentjes en bij de ingang een uitpuilende prullenbak. In de slechtste en meest voorkomende gevallen ontstaat een wirwar van mensen die zo snel mogelijk een karretje te pakken trachten te krijgen en daarbij de anderhalve meter voortvarend loslaten. Is ook wel zo makkelijk natuurlijk. 

√ćn de winkel is het nog erger. Natuurlijk is het druk, er staat altijd iemand bij de borrelhapjes, de wijn of het gebak (of waar dan ook trouwens), maar in ieder geval precies op d√≠e plek waar ik ook iets moet pakken. Ik wacht braaf op veilige afstand tot die klant verder loopt en kan vervolgens machteloos toekijken hoe een ander, die zich aan geen enkele regel houdt, gewoon voor mijn neus gaat staan. En zeg er maar iets van‚Ķ Een grote mond of domme opmerking is alles wat je krijgt. 

En dan hebben we het nog niet over de mondkapjes gehad. De mondkapjesplicht levert behalve veiligheid sowieso een beslagen bril en ruzie met je boodschappenlijstje op, maar ook een parkeerterrein vergeven van in onbruik geraakte mondkapjes en papieren doekjes. 

Vorige week deed ik boodschappen bij de plaatselijke jumbo. Na alle gebruikelijke ergernissen sta ik bij de kassa mijn boodschappen in te pakken. Op datzelfde moment komt er een zeer onsmakelijk ogende vieze en stinkende man op ongeveer een halve meter van mij af staan om een gezellig praatje met de juffrouw achter de kassa te maken. Ik maak deze meneer vriendelijk doch dringend duidelijk dat dit geen anderhalve meter is. Hij kijkt mij zeer ge√Įrriteerd aan en zegt in onvervalst plat Brabants "ik hej ginne schurft‚Ķ!".

En nu maar hopen dat hij ook geen corona heeft.

Oma?

Ik wandel door het bos met mijn jongste zus. Tijd voor diepgaande gesprekken dus. Tussen neus en lippen door vertelt ze dat haar oudste zoon (25) binnenkort gaat samenwonen: "Dan zal ik volgend jaar wel oma worden‚Ķ." zegt ze vol goede moed. 

Euh‚Ķ? Oma? Mijn kleine zus? Even op pauze‚ĶII  

Ik zie behoorlijk wat leeftijdgenoten om mij heen die hier al over na denken. Gedwongen door de omstandigheden, of gewoon omdat ze het een leuk idee vinden. Twee vriendinnen die met een hip woord 'bonus-oma' zijn (of binnenkort worden). Maar ook een bevriend stel dat al druk nadenkt (en praat) over pensioen.

En ik? Voor mij is dit nog heel erg een 'ver van mijn bed show'. Ik ben helemaal niet bezig met pensioen en zeker niet met kleinkinderen. Onze kinderen ook niet, zij leven het leven van studenten en houden zich bezig met studeren, tentamens, stages, sporten, studentenhuizen, feesten (na corona dan) en reizen. En dan het liefst in een combinatie van zoveel mogelijk van bovenstaande zaken.

Natuurlijk, ik ben bijna 55. Het zal er ooit wel van komen, ook voor mij. Of niet. Waarbij niet evenveel kans heeft als wel denk ik. De komende 10 jaar zal ik mij eens gaan beraden wat te doen mocht ik ooit oma worden. Hoe pak ik dat aan? Word ik een oppas-oma of juist helemaal niet? Wil ik vast onderdeel uitmaken van het leven van eventuele kleinkinderen? Of word ik een oma die ze op verjaardagen zien en daarbuiten af en toe als het uitkomt? Heb ik zin om (weer) met klein(e) kinderen te knutselen/fietsen/spelen? Veel vraagtekens maar geen antwoorden. Kortom: geen idee dus.

Voor nu lijkt het me wel cool om met een kleinkind naar een festival te gaan. Ik ben alleen bang dat dit tegen de tijd dat we zover zijn voor het kleinkind in kwestie wat minder cool zal zijn.

Komt tijd komt raad, dat lijkt me een verstandig standpunt. Maar voor nu hoop ik dat het nog even duurt voor we zover zijn. Voorlopig voel ik mij nog niet geroepen om oma te worden. Nu hopen dat mijn kinderen daar net zo over denken…;-)