Offline in Chili

Precies een jaar geleden bericht de Nederlandse media over rellen in Santiago (Chili). Er ontstaat een golf van protesten in de hoofdstad naar aanleiding van een enorme prijsstijging van metrokaartjes. Door te lage lonen en pensioenen, hoge prijzen en extreme verschillen tussen arm en rijk breken er op grote schaal protesten uit die zich snel over het land verspreiden.  

Waarom ik hier nu over schrijf? Omdat ik er gister, door een item in het NOS journaal, aan herinnerd word dat zoon een jaar geleden met een enkeltje Santiago in zijn zak op het vliegtuig naar Zuid-Amerika stapt.

Zoon heeft een reis van drie maanden gepland: eerst Chili, dan Bolivia, Peru en tenslotte Ecuador. In die volgorde wil hij reizen, en ook ongeveer in die volgorde breken er overal onlusten uit tijdens de reis.

Zo'n reis is wel een ding hoor, voor moeders, en helemaal tegen deze achtergrond. Natuurlijk maken we afspraken, over communicatie vooral, en waarschuwen we voor alles wat mogelijk mis kan gaan. En natuurlijk is zoon vol goede voornemens om ons elke dag even te appen, om locaties door te geven en af en toe een fotootje te sturen.

De eerste drie dagen hebben we veel contact, we weten dat hij in een leuk hostel terecht is gekomen en het naar zijn zin heeft. Top, iedereen blij! Maar dan stopt het contact. Niks meer. Hij is niet meer online, geen reactie meer op appjes, op mail, niks.

De eerste dag is dat natuurlijk geen probleem, moeders kan wel wát hebben, kom. De tweede dag ontstaat een ongemakkelijk gevoel. Nog steeds niks gehoord? Nee, niks. De derde dag slaat de paniek toe. Wat is er aan de hand? Waarom geen reactie? De vierde dag heb ik echt een slechte dag, tot half zeven 's avonds. Dan komen een sms en een whats-app berichtje tegelijk binnen terwijl ondertussen mijn telefoon rinkelt. Misschien kun je je voorstellen hoe groot het gewicht is dat van mijn schouders valt op dat moment. Zo'n whatsapp smiley met zweetdruppeltjes op het voorhoofd zou hier passend zijn geweest.

Zoon legt het tijdens ons telefoongesprek even uit: "Niks aan de hand hoor mam, gewoon op een vierdaagse tour gegaan, de woestijn in, net iets te laat aan gedacht, berichtje blijkbaar niet meer verstuurd omdat er al geen internet meer was en het was echt super vet."

In een telefoongesprek met dochter blijkt later hoe eenvoudig het eigenlijk is: "mam, iedereen die zo'n reis maakt en in het noorden van Chili terecht komt maakt die vierdaagse trip de woestijn in. Meerdere vrienden hebben net precies dezelfde tour gemaakt, en die waren ook vier dagen offline".

Dus. Met andere woorden: waar maak je je nou eigenlijk druk om?

Heb jij zoiets wel eens meegemaakt? Laat het weten in een reactie!

In de bocht hangen

'Naar mij kijken!' En dan niet met één uitroepteken maar met minstens vier. Enig idee hoe vaak ik dat hoor tijdens een zondagochtend fietstochtje? Oké, dat is dan wel een fietstochtje met een zogenaamde Mountainbike. Niet dat er hier nou zoveel 'mountains' zijn, maar goed, die fiets heet nou één keer zo.

In de praktijk komt mountainbiken in Nederland neer op proberen zo hard mogelijk dwars door bos, heide of zand te fietsen over (soms) speciaal daarvoor aangelegde mountainbike routes. Terwijl je  door kuilen en over hobbels heen stuitert je uiterste best doen geen bochten te missen, op je zadel te blijven zitten en alle bomen proberen te ontwijken.

Ik krijg 'les' van mijn man. Dat is voor hem leuk, want dan heeft hij ook iets te doen onderweg. Vandaag krijg ik les in 'bochten'.

In het algemeen: als je probeert zo hard mogelijk over een heel smal bochtig paadje tussen de bomen door te fietsen is het heel handig als je weet hoe je een bocht moet nemen. Als je dat niet kunt fiets je namelijk meestal rechtdoor, of je moet heel hard remmen. In het eerste geval kom je dan niet echt waar je wezen wilt, in het tweede geval moet je steeds opnieuw weer snelheid maken en daar wordt je best wel moe van, weet ik uit ervaring.

Dus het advies: elleboog naar beneden drukken, in de bocht gaan hangen, snelheid houden, doortrappen en naar mij kijken (nou ja naar hem dus). Probeer dat maar eens allemaal tegelijk te doen. Ik kijk… maar vergeet te sturen, ik hou mijn elleboog goed en ga in de bocht hangen maar vergeet te kijken of ik moet een zanderige heuvel op met een boomwortel net voor de bocht en sta al stil voor ik überhaupt kan sturen.

Als ik anderhalfuur later weer bij de auto sta ben ik blij dat alles er nog aan zit en ben ik ook nog best wel tevreden over mezelf. Volgende week weer!

Vlindertjes redden

Inmiddels jaren geleden, dochter is een jaar of zes, misschien zeven. Wij zijn op vakantie in de bergen en maken een wandeling, vrij hoog. Het is niet al te mooi weer en we lopen in de wolken. Mist dus, weinig zicht en lichte druppeltjes dauw op alle begroeiing op de alpenweide. Parmantig loopt ze voor me uit, kleine bergschoentjes aan en een rugzakje op haar rug. Af en toe staat ze stil en loopt dan weer door. Tot ze langzamerhand om de twee passen stil staat en ik door dit tempo man en zoon uit het oog verlies. 

Ik zie nu waar ze zo door afgeleid wordt. Op het pad waar we lopen blijken hele kleine bruin/zwarte vlindertjes te zitten. Ik had ze zelf helemaal niet opgemerkt, maar bij nader onderzoek zie ik dat de dauw op hun vleugeltjes ze blijkbaar te zwaar maakt om nog te kunnen vliegen. Ze zitten stil op het pad, waardoor we er op gaan staan en in het algemeen pakt dit niet erg goed uit voor de betreffende vlindertjes.

Dit zint dochter helemaal niet, dus pakt ze elk vlindertje op en zet hem (of haar) veilig in het gras langs het pad en loopt dan door naar de volgende. Het grootste probleem is dat er heel veel van deze vlinders op het pad zitten, en dat onze wandeling zo dus echt uren gaat duren. Ik blijf geduldig, duw en trek af en toe een beetje aan haar handje, en vraag haar tenslotte of ze alsjeblieft gewoon door kan lopen. Maar dat kan dus echt niet:

'Mama, als ik doorloop maak ik al die vlindertjes dood, dat kan toch niet? Dat is zielig! Ik ga de vlindertjes redden'. 

Je begrijpt dat het even duurde voor we die avond een bordje eten op tafel hadden staan.

Tegenwoordig is dochter vegetarisch, doet haar best voor het milieu en is zich bewust van de destructieve manier waarop wij mensen met onze aarde omgaan. 

Wat eten we vandaag

Wat eten we vandaag... Een zin die tegenwoordig graag gebruikt wordt door supermarktketens. Met kookprogramma's en recepten buitelen ze over elkaar heen. In de hoop dat jij besluit iets op het menu te zetten wat nou net toevallig bij hen in de aanbieding is. Maar het is natuurlijk vooral een zin die in elk huishouden elke dag terugkomt.  

Hier in huis komt die vraag niet alleen elke dag terug, hij moet ook elke dag beantwoord worden. 'Wat moet ik nou vandaag weer eten?' En dan begint het pas: wat ligt er nog in in de koelkast, wat is nog bruikbaar en niet bedekt met bijzondere stippels of een laagje van een ondefinieerbaar kleurtje. Dan boodschappen doen, koken en daarna weer opruimen.

Tot we ons eens lieten verleiden tot zo'n maaltijd box. Een doos met daarin alle boodschappen voor 5 avondmaaltijden afgeleverd op de drempel. Geen boodschappen meer doen, niet meer bedenken wat je nou in godsnaam weer moet eten, alles in de koelkast in overzichtelijke zakken verpakt. Top! Toch?

Er blijken ook nadelen te kleven aan het concept, met name de recepten. De box die wij hebben is van Hello Fresh, en hoewel het allemaal prima maaltijden zijn blijkt het klaarmaken van de recepten een kunst apart te zijn. Hello Fresh is meester in het ingewikkeld maken van recepten die eigenlijk heel simpel zijn. De helft van een citroen uitpersen en de andere helft raspen, en daar dan een kwart van gebruiken in het gerecht en een kwart voor decoratie. Een halve theelepel kruiden, waarvan de helft voor het ene deel van het gerecht en de andere helft voor later. Met name het woordje half of de helft staat in elk recept vaak meerdere keren.

Ik ben persoonlijk meer van het bouillonblokje in het gerecht gooien en vervolgens aanvullen met water. Hello Fresh is meer van eerst bouillon maken en dan later daar de helft van gebruiken. Ik ben ook meer van gewoon een pot met kruiden een paar keer boven een gerecht schudden tot ik het idee heb dat het zo wel goed is, niet zo van een kwart theelepel van dit en een halve theelepel van dat. 

Maar ondanks dat ik zo nu en dan met stoom uit mijn oren zo'n recept sta af te werken blijven we toch regelmatig zo'n doos bestellen. Waarschijnlijk omdat het toch de 'wat eten we vandaag' vraag wel oplost, en tegenwoordig ook nog het supermarkt gedoe met mondkapjes. 

Wat we vandaag eten? Ik denk gemarineerde varkensreepjes met gebakken rijst, met ham, omelet en pittige zoetzure komkommer... 

2020, de zomer van Corona

Zomer 2020, de zomer van Corona. Die onthouden we de rest van ons leven vermoed ik.  

Over 10 of 20 jaar zeggen we tegen elkaar: "weet je nog, die vreselijke zomer van twintigtwintig? Dat was die zomer die al in maart begon. Ongeveer gelijktijdig met de eerste corona meldingen in Nederland. Het mooie weer bleek een handige bijkomstigheid te zijn tijdens de eerste lockdown. Hierdoor konden we met z'n allen zoveel naar buiten dat we overal in de file liepen en de natuur platgetrapt overbleef, maar ik dwaal af.

Oh ja, de zomer dus van de lockdown, of, iets genuanceerder: eerst de intelligente lockdown en daarop volgend in oktober de gedeeltelijke lockdown. De zomer van wel op vakantie kunnen, of toch niet, of de vakantie uitstellen, of toch maar wel op vakantie, of als het dan niet anders kan dan maar in eigen land op vakantie, je moet toch wat tenslotte.

De zomer van uitstellen, van afgelasten, van feestjes die niet doorgaan, van je ouders niet meer opzoeken en van niet meer in de trein mogen. Of later trouwens weer wel maar dan met een mondkapje. Ook de zomer dus van de mondkapjes. Eerst niet, omdat ze er niet waren, toen niet omdat ze niet helpen, toen wel omdat het in de trein toch wel handig was, en tenslotte (gevalletje voortschrijdend inzicht) overal een mondkapjes plicht.

De zomer ook van Zoom, van teams, van skype. Van online bijeenkomsten, online vergaderingen, online feestjes en online vrijdagmiddag borrels. Deze opsomming klinkt nog een beetje alsof het leuk was, maar de bottom line was natuurlijk dat je in je eentje thuis achter je beeldscherm zat, met een aan de gelegenheid aangepast drankje. Of misschien dronk jij om het allemaal te overleven wel gewoon wodka uit je koffiebeker, maar dit terzijde.

De persconferenties van de premier en zijn ministers, waarbij velen van ons zich vermaakten met de doventolk die, vooral in de eerste weken, landelijke bekendheid kreeg door de zeer geestige vertaling van het woordje 'hamsteren'. Ook dat zal wel een blijvende herinnering worden aan de zomer van 2020.

Het was kortom een rare zomer. Een zomer waarin niks kon en niks mocht, maar waarin voor mij persoonlijk dankzij onze camper toch nog van alles wel bleek te kunnen. Zolang we tevreden waren met bijna niks, met een boek lezen, wandelen, fietsen en buiten eten met vrienden of familie kwam het allemaal nog wel goed. Tot het herfst werd. En met de herfst kwam de kou, de regen en de tweede lockdown. En hoe het nu verder moet is vermoedelijk niet alleen mij een raadsel.

Hopelijk redden we het tot het weer mooi weer wordt zonder volledig in te storten. Sterkte!

Waarom ik als moeder/ondernemer de Almanak sponsor

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: ik sponsor de U.A.V. almanak. Waarom? Als u dat echt wilt weten dan leest u lekker verder. Als u dit helemaal níet wilt weten: even goede vrienden, maar dan raad ik u aan om de regels bij het * wel te lezen. Tenslotte is dit een advertentie, en wie weet heeft u ooit iets aan mijn aanbod.  

Dus... het waarom. Ik kan proberen hier een sluitende argumentatie voor te geven, of een voor u begrijpelijke wetenschappelijke onderbouwing, maar de eenvoudige doch voor de hand liggende reden is natuurlijk dat ik een dochter heb die sinds haar eerste studiedag actief is bij de vereniging. Als je dan als moeder/ondernemer de vraag krijgt of een advertentie in die prachtige almanak iets zou kunnen zijn dan begrijpt u dat die vraag maar op één manier beantwoord kan worden!

Twee keer heb ik dus een paginagrote advertentie in de almanak mogen plaatsen, en daardoor ben ik nu in het bezit van twee bijzondere boeken die mij een waardevolle inkijk in het leven van een student geven. Omdat ik het idee heb dat ik u door de jaren heen een beetje heb leren kennen heb ik voor deze keer, zijnde de laatste keer dat ik meedoe, een stukje tekst voor u.

Vier jaar lang hoor ik nu over alles wat er speelt binnen de U.A.V., uiteraard onder de nodige censuur want niet elk verhaal is geschikt voor moeders. Toch kan ik kan mij inmiddels een aardig beeld vormen van u en van wat u bezighoudt. Door de verhalen, maar ook door u te ontmoeten.

Ik weet bijvoorbeeld dat u het op prijs stelt in geschreven communicatie aangesproken te worden met u. Ik weet ook dat u over het algemeen heel blij wordt van veldwerk, bergen, tentjes en thermocalcaire expansie, maar ook van bier, borrels, zand eten, reizen en van weekendjes weg. Ik weet dat u graag met uw bergschoenen aan uitgaat, vaak gewapend bent met een hamer, het U.A.V. lied uit volle borst meezingt maar ook dat u vasthoudt aan de vele tradities die de U.A.V. (na 75 jaar) rijk is. En natuurlijk weet ik dat u af en toe serieus studeert, dat u in 3 of 4 jaar klaar bent met uw bachelor en dat u online college volgen eigenlijk niks vindt (en trouwens het hele Corona-gedoe niet).

Voor de dochter in kwestie breekt een andere tijd aan, zij gaat haar plekje in een wereld zónder de U.A.V. ontdekken, en dat geldt vermoedelijk ook voor u. En ik? Ik ga gewoon weer doen waar ik goed in ben: logo’s en huisstijlen ontwerpen en websites maken voor startende ondernemers. En wie weet komen we elkaar nog wel eens tegen. Het was me hoe dan ook een waar genoegen!

Monique van Helden

GRAPHX 66

* Mocht u ooit uw eigen onderneming willen starten kom dan eens praten. GRAPHX 66 is een grafisch ontwerp bureau, met een specialisatie in logo/huisstijl ontwerp, webdesign én advies voor startende ondernemers. Brengt u deze almanak mee dan krijgt u 10% korting!

Een korte toelichting: dit stukje heb ik geschreven voor de jaarlijkse Almanak van de Utrechtse studievereniging van Aardwetenschappen. Binnen de studievereniging is het in geschreven communicatie de gewoonte om elkaar aan te spreken met u. Deze stijl heb ik voor dit stukje dus ook gebruikt.

Elke dag een stukje

Schrijven, dat is wat ik zou willen doen. Elke dag, over elk onderwerp wat ik maar kan bedenken. Dat ik 's ochtends opsta en meteen weet waar het stukje van deze dag over gaat. Dat ik overal een onderwerp in zie waarover ik kan schrijven. Dat ik ook meteen weet hoe zo'n stukje dan in elkaar moet zitten. Met andere woorden: ik wil dus een echte schrijver zijn.

Maar helaas, de wens is de vader van de gedachte, en ik ben dus geen echte schrijver. Ik weet dat ik best een aardig stukje tekst bij elkaar kan verzinnen, of een stuk tekst van een klant kan aanpassen of verbeteren. Maar hebben we het over spontaan een stukje schrijven dan gaat het mis, omdat ik gewoon nooit lijk te weten waarover ik dan moet schrijven.

Mijn grootste valkuil is waarschijnlijk dat ik ervan uit ga dat wat ik ook opschrijf niet interessant genoeg is om te lezen. Soms vraag ik me af waarom ik dat denk. Ik vraag me ook af of (en waarom) het belangrijk voor mij is dat het gelezen wordt, of is het misschien alleen maar van belang om het op te schrijven? Om te schrijven, alleen maar voor mezelf, gewoon omdat ik dat wil.

Ik denk dat ik daar maar eens vanuit moet gaan. Schrijven om het schrijven, niet schrijven om gelezen te worden. Dat uitgangspunt biedt mij de zekerheid dat het er niet zo toe doet wát ik opschrijf. Misschien maakt dat het voor mij makkelijker om deze uitdaging aan te gaan. Elke dag een stukje tekst, of zoals mijn dochter het zo mooi zei: een column. Dat klinkt in ieder geval wel oké, niet? Dus, met ingang van vandaag: elke dag een stukje tekst. Ik hoop het vol te gaan houden!

PS Laat vooral weten wat je ervan vindt, mocht je een stukje hebben gelezen. Dat helpt mij en ik zou het sowieso erg leuk vinden als iemand die moeite neemt.